Opening van het Sint Ignatius Ziekenhuis

Eind 1922 was de voltooiing zover gevorderd, dat de noordervleugel van het nieuwe ziekenhuis in gebruik kon worden genomen. De allereerste patiënten waren 3 zuigelingen die op 14 november door Moeder Ignatia persoonlijk in een gasthuisrijtuig werden overgebracht van de Leuvenaarstraat naar de Wilhelminasingel. De dagen erna kwamen de anderen. Daaronder bevonden zich ook de lekenverpleegsters, die sinds de start van de verpleegstersopleiding (1905) steeds meer aan het bed verschenen. (De oudere medici zagen van een opleiding het nut nog niet in, omdat ze er niets voor voelden hun hoge geheimen aan simpele vrouwenzielen prijs te geven).

Het ziekenhuis was dus al volop in gebruik toen het officieel werd geopend. In de kronieken wordt de opening als volgt aangekondigd: 

Eindelijk brak de dag aan,waarop aan veler wensch werd voldaan en de kroon werd gezet op een gigantesken arbeid van vele jaren, jaren van zorgen en tegenspoed. Het was op Dinsdag, 15 Mei 1923, des namiddags om 3 uur, in de tegenwoordige refter van de zusters, dat onder zeer veel belangstelling de plechtige officieele opening plaats had van 't machtige St. Ignatius Ziekenhuis aan de Wilhelminasingel te Breda.

Volgens dezelfde kronieken waren onder meer de volgende vooraanstaande personen aanwezig: 

  • Z.D.H. Mgr.Hopmans, bisschop van Breda;
  • Mgr.v.Oers, Vicaris, Generaal en deken der stad;
  • de hoogeerwaarde Heeren H.G.M. Schrauwen, Dr. A.G. Couwenbergh, en M.E.M.Pillot, kanunniken van het kathedraal kapittel;
  • Dr.Drenth inspecteur der volksgezondheid van Noord Brabant;
  • Pelt Keunen, consul van België,
  • Ir.L.J.M. Feber lid der tweede kamer,
  • de burgemeester en de meeste gemeenteraadsleden.

Uiteraard hielden een aantal sprekers uitgebreid stil bij de gezondheidszorg in en om Breda en de rol van de religieuzen daarbij. Directeur Klein Swormink schetste uitgebreid zijn toekomstbeeld: De ziekenhuisverpleging hoorde niet meer als particuliere liefdadigheid beschouwd te worden en kon niet meer drijven op de inzet van religieuzen alleen. Er moest ruimte komen voor lekenverpleegsters met dezelfde beloning als in de neutrale ziekenhuizen. Ook religieuzen hadden recht op beloning, zo betoogde hij. 

Dr. Struycken sprak namens de Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst. Met een blik naar de veranderende tijd betoogde hij dat het eens tijd werd dat de religieuzen hun kleding zouden gaan veranderen. "Hun oogkleppen hinderen hen bij het werk en hun lange rokken sleepen de bacteriën van het ene lokaal naar het andere", zo zei hij. (deze woorden staan overigens niet opgetekend in de kroniek)

In de pers werd van alle toespraken uitgebreid verslag gedaan (zie volledige bewerkte tekst). Van de openingsceremonie is - voor zover bekend - geen beeldmateriaal bewaard gebleven. Gelukkig nog wel een foto van het notabelen-gezelschap:

Van links naar rechts: Dr. Bijnen, Mgr. van Oers (vicaris-generaal), Mr. Dr. van Sonsbeeck (burgemeester), Z.D.H. Mgr. P. Hopmans (Bisschop van Breda), Eerwaarde moeder Ignatia (Algemeen Overste der Eerwaarde Zusters Franciscanessen), Dr. Klein Swormink (geneesheer-directeur), Weleerwaarde heer C.A. Corsmit (Rector). Staande van links naar rechts: Zr. Dionysia, Zr. Regina, Zr. Walburgis, Zr. Melanie, Moeder Aurelia (overste van het ziekenhuis).

De pers had enkele dagen voor de opening al een uitgebreide rondleiding gekregen. In De Tijd en in de Maasbode stond dan ook een uitgebreid verslag.

Het nieuwe ziekenhuis haalde ook de voorkant van de Katholieke Illustratie. Daar citeerde men dezelfde Maasbode die melding maakte van een "model-inrichting voor ziekenverpleging, gebouwd in den overmoed der liefde, die in een door egoïsme verkankerde maatschappij een paleis opricht voor zieken, voor lijdenden en gebrekkigen" 

In de hal van het ziekenhuis werd een wit marmeren steen gemetseld, waarop met gouden letters het volgende opschrift stond gebeiteld:

 

Vanaf het begin bestond de wens voor een moderne inrichting die voldeed aan de eisen van de tijd. Uit de inrichting van het nieuwe St. Ignatius Ziekenhuis bleek dan ook, dat de geneeskunst in die dagen al behoorlijke vorderingen maakte. 

In de noorder vleugel werden op de eerste verdieping ingericht: vier operatiekamers, een bestralingskamer, operatiekamers voor oog-en voor neus- en keelziekten, een narcosekamer, een kamer voor hoogtezon, een kamer voor röntgenfotografie en een sterilisatiekamer. Spoedig zou ook een toestel voor electrocardiografie geplaatst worden. Verder waren er twee kamers voor de tijdelijke opvang van psychiatrische patiënten, toen nog 'krankzinnigen' genoemd.

In de zuidelijke vleugel werd een verloskundige afdeling ingericht met bijvoorbeeld zalen voor zuigelingen. Daar was ook een 'glazen kamertje' ingericht, de voorloper van de couveuse. Alle kamers en gangen werden uitgevoerd met ronde hoeken om het stof te weren. De vloeren werden belegd met bruin linoleum, want dat dempte de geluidsoverlast.

De inrichting van de keuken kon in die dagen de vergelijking doorstaan met die van de modernste hotelkeukens.

 

Het ziekenhuis beschikte in de kelder over een machinale wasserij waarin het natte goed in slechts tien minuten gedroogd werd. Signalering gebeurde in het gebouw niet meer door bellen, maar door een modern lichtsysteem. Voor de leken-leerlingen waren op de bovenverdieping 24 frisse kamertjes ingericht.

Voor die dagen had Breda een groot en hypermodern ziekenhuis. De lange gang die van het noorden naar het zuiden liep, kreeg in de Bredase volksmond al gauw de naam van Lange Brugstraat.

Vanuit de lucht gezien het pas geopende ziekenhuis en de omgeving. De Ignatiusstraat en de brede Wilhelminabrug zijn er nog niet. 

Vanuit de Wilhelminasingel een blik op de voorgevel:

 

Boven de voordeur aan de zijde van de Wilhelminasingel bevond zich een rond bovenlicht. Daarboven in gouden letters de naam: St. Ignatius Ziekenhuis. In de top waren, in reliëf en in kleuren, in drie delen afgebeeld:de barmhartige Samaritaan, voorts de H. Ignatius en de H. Franciscus van Assisië, de wapens van paus Pius XI en van de Bredase bisschop Mgr. Hopmans en tenslotte het Christus-monogram.

Het ziekenhuis en de gevangenis stonden in die jaren maar eenzaam in het landschap.
Vanaf de Chassékazerne is die lege vlakte goed te zien.


© Stadsarchief Breda - GN19901812 - foto: Fotopersbureau van Zuiden