Bouw van het Sint Ignatius Ziekenhuis

De planning en inrichting van het ziekenhuis waren in handen gelegd van Dr. Klein Swormink, de toekomstige directeur, die al enige jaren als geneesheer aan het Sint Elisabethgasthuis verbonden was. 

Een jonge Klein Swormink in het laboratorium. De namen van de twee zusters zijn onbekend.

Samen met Mgr. Hopmans heeft hij de zusters weten te bewegen tot de oprichting van een royaal opgezet gebouw. Voor het ontwerp werden de gebroeders Willem en Jan Oomen in de arm genomen. Zij maakten deel uit van een uitgebreide familie van architecten in Oosterhout en hadden ruime ervaring met het ontwerpen van kerken, kloosters en scholen. Aannemer was M. Bakkeren te Princenhage.

Het terrein waarop het nieuwe Sint-Ignatiusziekenhuis zou moeten verrijzen was maar een moerassig gebied. Aan de noordzijde (dus bij de latere Ignatiusstraat) lag een waterplas. Aan de zuidzijde, waar nu Mytylschool De Schalm staat, was het niet veel beter. Ten zuiden van dat gebied lag nog een ander waterig terrein, mogelijk het restant van een vestingwerk.

Direct voor de plek waarop het ziekenhuis gebouwd zou moeten worden, bevond zich ook nog de Hoogholltsloot, terwijl achter het aangekochte terrein bovendien ook nog de Loopschans tot aan de latere Ignatiusstraat liep.

De tekeningen voor het nieuwe ziekenhuis werden op 1 september 1918 door moeder Ignatia aan het bestuur voorgelegd. Al snel bleek er onvoldoende grond beschikbaar te zijn. Alsnog was het nodig extra grond aan te kopen van de gemeente Breda en een particulier. De Bredase raad nam op 16 april 1919 het verkoopbesluit. De bisschop van Breda gaf de congregatie wat later toestemming om de grond bouwrijp te maken.

Op 29 april 1919 (exact 100 jaar na de start op de Haagdijk) ging de eerste spade de grond in en begon aannemer Bakkeren uit Princenhage met de bouw. Later werd in het congregatiebestuur besloten tot het aangaan van een geldlening met alle vaste goederen van de congregatie als onderpand. Die lening bezorgde het eerste miljoen. In de notulen staat dan ook zorgelijk vermeld: “We zullen in ontzaglijke lasten zitten, maar met de hulp van God hopen we het te kunnen voltrekken”. Het kwam uiteindelijk ook goed. Het tweede benodigde miljoen dat nodig was kwam naast enkele leningen van particulieren grotendeels uit de eigen fondsen van de zusters.


Precies een jaar later nadat men met de grondwerken en fundering was begonnen, werd op de plaats van de latere hoofdingang de eerste steen gelegd door Maria Ignatia. Enkele maanden daarna kreeg zij de definitieve offerte van de aannemer: ƒ 1.612.400! Daar zaten de betonwerken voor de fundering niet eens bij. Als de zusters zouden afzien van de oorspronkelijk geplande zuidelijke kruiszalen (niet op de tekening hierboven) en de kapel, zou bijna ƒ 317.000 bespaard kunnen worden.

De laatste optie werd gekozen: voorlopig werd geen kapel gebouwd en werden de kruiszalen aan de zuidkant weggelaten. Toch was het ontwerp zonder deze bouwdelen ook al imposant genoeg. Het ziekenhuis werd 100 meter breed en 80 meter diep. De drie torens zouden 27 meter hoog worden. De middelste toren zou dieper worden en een imposant trappenhuis bevatten, terwijl de vensters aan de voorzijde van glas-in-lood zouden worden voorzien.

De werkelijke bouw zou hierna nog ruim 2 jaar gaan duren.

De bouw van de kelder van het nieuwe ziekenhuis. Midden op de foto ir. J. van der Werf, onderaannemer van de betonwerken van de firma Bakkeren.

Toen de bouw van het ziekenhuis al een heel eind gevorderd was, kregen de zusters - onder druk van de bisschop - toch andere gedachten over de bouw van een kapel. In 1922 liet Moeder Ignatia haar bestuur weten “dat monseigneur verzocht ook de kapel te bouwen, dan kan het andere nog tot afbouwen wachten”. De ontwerptekening voor het bedehuis werd op 21 september van datzelfde jaar door de gemeente goedgekeurd, zodat Mgr. Van Oers, vicaris-generaal van het bisdom en deken van de stad Breda, al op 11 november de eerste steen kon leggen. De kapelklok werd op 19 maart 1923 door rector C. Corsmit ingewijd.