De eerste jaren van het Ignatius Ziekenhuis

Ondanks de mooie woorden en visies op de toekomst, ging het met de bezetting van het ziekenhuis nog niet echt goed. In het eerste volledige exploitatiejaar (1923) waren er van de 230 bedden maar gemiddeld 76 bezet. Het hoogste aantal wat men eens op een dag haalde was 96. Het enorme gebouw bleef dus meer dan half leeg!

Aan het eind van 1923 kwam daar nog een behoorlijke tegenvaller bij. De bouwkosten vielen hoger uit dan begroot. De aannemer diende een forse rekening voor meerwerk in van ƒ 78.000. Dat lijkt niet zo veel - gelet op de totale bouwsom - maar de zusters hadden kennelijk toch nog veel zorgen om financieel alles rond te krijgen, want het congregatiebestuur tekende bij die extra rekening aan: "Op de Goddelijke voorzienigheid moeten wij vertrouwen, anders is er geen redding".

Het bleef niet bij de extra kosten voor meerwerk: een paar jaar later bleek de kwaliteit van de waterleidingbuizen niet erg goed te zijn en waren die al aan vernieuwing toe. Gelukkig ging de bisschop akkoord met die extra uitgaven, maar de zusters moeten in die tijd heel wat uren in de kapel hebben gezeten om alle heiligen gunstig te stemmen.

In juli 1924 kreeg het ziekenhuis 2 marmeren banken als geschenk aangeboden van de Gemeente Breda.
Dit cadeau was ten tijde van de opening nog niet beschikbaar.

Op 14 november 1926 vierde de congregatie Alles voor Allen het 100-jarig bestaan. Ter gelegenheid daarvan werd het bestuur op de gevoelige plaat vastgelegd.
Het is een van de weinige foto's waar Moeder Ignatia op voorkomt. Niet lang daarna overleed zij in 1928 op de leeftijd van 80 jaar.

Naast de feiten op religieus gebied zoals jubilea en inrichting van de grote kapel, gebeurde er op medisch en verpleegkundig vlak natuurlijk ook een en ander. 
In 1927 werd door Karthaus sr. met succes de eerste maagresectie in het Ignatius uitgevoerd bij een patiënt die aan maagkanker leed.
Dat was zeer revolutionair gezien het feit dat pas 6 jaar later een zelfde operatie door professor König uit Heidelberg onder grote belangstelling werd uitgevoerd. 

De vele ontwikkelingen op medisch gebied waren natuurlijk ook van invloed op het verpleegkundig handelen. 

Voor de opleiding van verpleegkundigen stond het ziekenhuis zeer goed aangeschreven.
Klein-Swormink hield zich aan zijn eigen woorden tijdens de opening dat goede ziekenzorg niet alleen een vorm van naastenliefde was, maar als volwaardig beroep door professionals moest worden beschouwd. 
Hij zette zich vanaf het begin in voor goede scholing en begeleiding. Daardoor kwamen er steeds meer leken-verpleegsters op de werkvloer.

Vanaf 1922 verscheen van zijn hand Het beknopt leerboekje der Ziekenverpleging dat lang als toonaangevend standaardwerkje voor de opleiding gold. 

Opleidingen voor specialisten waren er in den lande nog niet zoveel. Ook die kwamen langzaam van de grond door de ontwikkelingen van de medische wetenschap..
Artsen moesten de kneepjes van het vak leren van de werkzame specialisten.
Herbert Karthaus, gyneacoloog/chirurg startte in 1925 met een opleiding.
 

De gebeden van de zusters werden uiteindelijk toch verhoord.
Vijf jaar na de opening was het aantal opgenomen patienten flink toegenomen, zodat weer aan uitbreiding gedacht kon worden. 

In 1929 kwamen er 50 bedden bij, in de vorm van een kinder- en kraamvrouwenafdeling: Het Sint Annapaviljoen. De verpleging van de kinderen vond op de benedenverdieping plaats. 


Voor de zorg voor de kraamvrouwen waren bedden op de eerste verdieping beschikbaar. Op 27 oktober 1929 werd de nieuwe afdeling ingezegend. 
In deze nieuwe vleugel werd op de tweede verdieping ook plaats gemaakt voor de huisvesting van de leerling-verpleegsters, want die waren in die dagen immers gewoon intern. Vanaf het begin bestond de gelegenheid om op het dakterras te zonnebaden.

De pers merkte op dat "haar groot aantal frisse, lichte, afgesloten kamertjes, haar waranda's, haar afzonderlijke keuken met koelkast aan de hoogst te stellen eisen beantwoordden". Door deze aanbouw werd de capaciteit van het ziekenhuis verder vergroot en mocht het qua inrichting tot de beste van het land gerekend worden.

 

De nieuwe kinder- en
kraamvrouwenafdeling:
Het St. Annapaviljoen.

Rechts op deze
luchtfoto uit 1931

(bron: KLM Aerocarto)

 

 

De nieuwe kinder- en
kraamvrouwenafdeling gezien vanaf de Wilhelminasingel